Praktijk

Wat weten jongeren over AI dat wij missen?

Voor jongeren is AI-gegenereerde content geen bedreiging die op een dag binnenviel. Het is gewoon onderdeel van hun dagelijkse wereld.

· Thomas Vermeij · Kennisbank

Twee jonge professionals kijken samen naar een laptop

Een jongere voert haar oude appgesprekken met haar ex in en laat AI er een liedje van maken. Een groepje klasgenoten zet het gezicht van een docent in een video die hij nooit heeft opgenomen. Iemand maakt in twee minuten een nummer in de stem van een bekende artiest, en het klinkt overtuigend. Dit is geen sciencefiction en geen uitzondering. Het is wat jongeren nu, op een doordeweekse dag, op hun telefoon doen.

En dat zegt iets belangrijks. Voor jongeren is AI-gegenereerde content geen bedreiging die op een dag kwam binnenvallen. Het is gewoon onderdeel van hun dagelijkse wereld geworden. De reels die precies op hun smaak zijn afgestemd, de filters waarmee ze zichzelf veranderen, de chatbot waar ze ’s avonds iets aan vragen, het beeld dat in een paar seconden uit het niets verschijnt. Een deel daarvan is creatief en grappig, een deel is reclame, en een deel is troebel. Maar jongeren beleven het niet als nep versus echt. Ze beleven het als content.

De grond is verschoven, niet de jongere

Dat maakt het zo lastig om dit als een probleem van jongeren te zien. De verandering zit niet in hen. Die zit in de grond waarop ze staan.

Er was altijd nep. Er waren altijd dingen die mooier werden voorgesteld dan ze waren. Wat veranderd is, is dat het oude houvast is weggevallen. “Kijk goed, dan zie je het wel” was decennialang het advies. Dat werkt niet meer, want zelfs volwassenen die hier dagelijks mee bezig zijn zien het verschil vaak niet meer. Je kunt jongeren niet vragen iets te herkennen wat onherkenbaar is geworden.

De vraag die wél overeind blijft is een andere, en eigenlijk een veel oudere: wie heeft dit gemaakt, en wat wil diegene van mij? Dat is geen technische vaardigheid. Dat is een vorm van gezond wantrouwen, en die kun je voeden.

Waar de kans zit voor gemeenten

Hier wordt het interessant, en dit hoor ik gemeenten te weinig zeggen. Dezelfde ontwikkeling die als bedreiging voelt, is ook een opening.

Jongeren zijn namelijk niet onbereikbaar geworden. Ze zijn alleen ergens anders dan waar veel gemeenten kijken, en ze reageren op iets anders dan een officiële brief of een campagne die van bovenaf over hen gaat. Een gemeente die de taal van die wereld begrijpt, die eerlijk is over hoe ze zelf met AI omgaat, en die jongeren niet toespreekt maar betrekt, bouwt iets op wat geen enkele deepfake kan namaken: echtheid.

Dat vraagt vooral een andere vraag aan jezelf. Niet hoe we jongeren beschermen tegen deze wereld, maar hoe we als gemeente op een geloofwaardige manier aanwezig zijn in die wereld. Jongeren hebben geen extra waarschuwing nodig. Ze hebben volwassenen en instituties nodig die laten zien dat ze snappen waar het over gaat.

En dat begint klein. Door het gesprek te voeren met de mensen die al contact hebben met jongeren, en hun de ruimte te geven om die ene vraag, wie zit hierachter en wat wil die van mij, onderdeel te maken van wat ze toch al doen. Door jongeren zelf te vragen wat ze online tegenkomen, in plaats van het voor ze in te vullen. Niet als project, maar als houding.

Tot slot

AI-gegenereerde content gaat niet weg, en de techniek wordt alleen maar beter. De gemeenten die hier goed uitkomen, zijn niet de gemeenten die het hardst waarschuwen. Het zijn de gemeenten die nieuwsgierig blijven naar de wereld van hun jongeren, en die durven meebewegen zonder hun rol als betrouwbaar baken te verliezen.

Volgende stap

Kijken waar bij u de kansen en de risico’s liggen

Een kennismakingsgesprek van dertig minuten is genoeg om scherp te krijgen wat dit betekent voor uw lokale beleid en waar de eerste stap zit.